maandag 24 juni 2013

Rangrik. *)

Ik slijt mijn leven in een land
en word begrensd door mijn verstand,
omgeven door een diepe wand
die mijn oog raakt of mijn hand.

Ik denk mijzelf steeds ervoor
en vermoed ook iets daar achter.
Zo wordt die wand tot een decor
en ik maak mij tot wachter.

Intussen heb ik dan niet door
de waarheid zoveel zachter:

Er is alleen maar deze wand
en die houdt met niets verband.
Degene die hem gadeslaat
valt weg met wat er achter staat.


*): "Rangrik" (Tibetaans): "Zelfkennend".

Geen opmerkingen:

Een reactie posten