vrijdag 19 augustus 2011

Molenwiek.

Van achteren word ik geduwd
door een verlangen dat mij stuwt
en voor mij gaapt de afgrond
die mijn gespreide hand verafschuwt.

De ruimte is een open wond
die siddering voorafschaduwt.
Zo blijf ik balanceren,
kan wenden mij noch keren,
bevroren en verstijfd
en door beklemming ingelijfd.

Ik ben geworden tot reliek
bezienswaardig voor publiek
en draai rond op walsmuziek
willoos als een molenwiek.

O, kon dit "ik" slechts wijken,
het lijden zou bezwijken!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten