maandag 30 september 2013

"Je est un autre". *)

Als ik nu een ander is hoe weet ik dan dat ik besta?
Als  i k  het zie is er iets mis met logica.
In plaats daarvan is het een ander
maar die ander  i s  toch ik?

Zo lijk ik soms wel niet goed snik
maar word nu toch wat schrander:
er is uitsluitend slechts de ander
maar die denkt ook wel eens "ik"
als een deel van zijn meander
vissend uit zijn voorraad slik.

Dit ik is slechts een ogenblik
en heel de wereld landt er
maar komt dan vrij weer met de schrik
want ik blijk steeds een ander.


*): Arthur Rimbaud.

Flits.

Ik stel mij een doel voor ogen
maar weet ik wel wat ik doe?
Hierdoor heb ik mij bedrogen.
Ik dicht mij een toekomst toe.

Ik stap af van dit moment,
statig als een jan van gent.
Daaraan raak ik zo gewend
dat ik vast en pertinent
overtuigd raak van de tijden
met gerede kans op lijden.

Geef ik nu mijn doelen op
stolt ineens het schuimend sop.
Alles toont zich als verstijfd:
bliksem die in't heden blijft.

Herkenning.

Wat ik haast uitsluitend doe
is voortdurend onderscheiden
zoals een rendier van een koe
en de dieren van de weiden
of de streling van de roe
om zo onmin te vermijden.

Daar is op zich ook niets mee mis
als ik mij maar niet vergis:
weet dat ik de grenzen trek
die mij binden aan mijn plek.

Zowel "binnen" als ook "buiten"
komen voort uit mijn besluiten.
Als ik dat herkennen kan
ben ik vrij van elk plan.


zondag 29 september 2013

Ruimtes.

Ik was al in zoveel kamers
en die slaan nu neer als hamers,
vallen mij ineens weer in,
levend in herinnering.

Zo gaat het ook nu nog door.
Als geregen rond een spoor
schuiven keukens en lokalen
als decor van mijn verhalen
onophoudelijk voorbij
in een vastgesloten rij.

Ook een landschap hoort daarbij
met een veulen in de wei
of een lege binnenplaats
waarvan ik het licht weerkaats.

Golf.

Als ik iets wil los gaan laten
schep ik al een misverstand,
maak ik uit wat stroomt als water
tot een voorwerp in mijn hand
en een "vroeger"en een "later"
komt ook op in dit verband.

En dan is er nog dit "ïk"
dat, verborgen voor mijn blik,
desondanks wordt opgewekt
door die wens, eraan verstrekt.

Zo onttrekt zich aan het oog
dat er slechts een golf bewoog
die mijn plannen en mijn vragen
naar zijn eigen schuim blijft dragen.*)


*): o/o Ik ben dwaas geweest te denken
      dat ik mijn eigen gedachten bezit. o/o

Uit "De Sadhana van Mahamoedra"
Chögyam Trungpa, Rinpoche.


      
     

Niet langer.

Als de zaak is vastgelopen
en ik neerzit zonder geld
valt er niets meer af te kopen
en mijn einde wordt versneld.

Mijn gebouwen zal men slopen
en men jaagt me van het veld.
Alle wonden vallen open
en zijn weerloos voor geweld.

Het zal tot bezinning nopen
dat mijn reisplan niet meer geldt.
Eindelijk zal zich ontknopen.
wat niet eerder werd verteld:

Waarop ik heimelijk bleef hopen
wordt niet langer uitgesteld.

Te vaak.

Ik heb veel te vaak gelogen.
Als mijn stem de waarheid zegt
voelt men zich nog steeds bedrogen
want zij klinkt zwak en onoprecht.

Hierdoor langzaam wijs geworden
weet ik van mijn eigen horden.
Ik kan er maar net in slagen
om naar iemand's dag te vragen
want ik wil het liefste weg,
zorgen dat ik niets meer zeg.

Dan blijf ik verlaten achter.
Enkel nog een lichtstraal lacht er
tussen bloemen in het gras
en sproeit sterren op een glas.