zaterdag 31 januari 2015

Daagt.

Adem leert mij dat ik leef
en is tegelijk een zeef
die toekomst en verleden
filtert uit het heden
waarin hij enkel is
en ik ook steeds beslis.

Hij brengt mij terug naar nu
en doet dit continu.

Dit is een open veld
dat nooit een oordeel velt
over wat het draagt
of wat er wordt gewaagd.

Het is er ongevraagd
maar iets dat altijd daagt.

vrijdag 30 januari 2015

Honderd lettergrepen.

Het leven wordt steeds ingedeeld
door scheiding die mij parten speelt:
er is een wereld om mij heen
en ik verrijs daarbij meteen.

Of wellicht is 't omgekeerd:
het kan zijn dat wordt beweerd:
ik neem "ik" als 't eerste woord,
daaruit komt de wereld voort.

Toch is dit "ik" een droom,
te vergelijken met een boom.

Snijd ik eerst de wortel door
komt daarna de stam niet voor.
Bladeren en kelken
zullen snel verwelken.

Hemel en hel.

een navertelling.

In de hel heerst hongersnood
en die is oneindig groot.
Toch staat daar een pan met pap,
vol genoeg voor ieders hap.

Maar de lepels hebben stelen
net iets langer dan de armen
van hen die het noodlot delen
van voor altijd lege darmen.

Zelfs geen beetje haalt hun mond
want de stelen zijn niet rond.

Anderen zijn lief en wijs
en daardoor in 't paradijs.
Altijd staat hun maaltijd klaar
want zij voeden steeds elkaar.

Homunculus.

Met mijn handen in mijn haar
zit ik stil en kijk ernaar.
Wie dit ziet die zie ik niet
want het blijft een grijs gebied
van waaruit ik ernaar kijk:
een verborgen koninkrijk.

Voor 't gemak noem ik dit "ik"
maar dit "ik" is dun noch dik.
Als ik het gestalte geef
is 't alsof ik vormen weef
uit de grenzenloze lucht.
Dit heeft wel iets van een klucht.

En dit vormen gaat maar voort
als een gang door poort na poort.

donderdag 29 januari 2015

Tantalus.

Het is zaak om te ontspannen
maar dat gaat mij niet goed af.
Steeds weer wil ik mij vermannen
maar dat brengt mij als een straf
dat hetgeen wat ik begeer
van mij terugwijkt, keer op keer.

Ik durf niet echt niets te doen,
steek de handen uit de mouwen,
maar daar wringt precies de schoen:
het ontbreekt me aan vertrouwen.

Ik bedenk en wik voortdurend,
deze strategie bezurend
en ben zo constant de klos.
Wanneer laat ik nu eens los?
 

.

woensdag 28 januari 2015

In mijn hart.

In mijn hart leeft een verdriet
en verlangen naar contact.
Dat erken ik liever niet
en dus heb ik het beplakt
met een glanzend coloriet,
goed gesloten en compact.

Dit ontgaat dikwijls zelfs mij
en ik waan mij sterk en vrij
maar als ik word aangeraakt
in een onbeschermd moment
is het zachtheid die ontwaakt
die zijn eigen droefheid kent
en ga ik mijn stappen na:
ik lijd pijn dus ik besta.

Zaad.

Mijn gewaarzijn is volmaakt
en geheel en al ontwaakt,
is volkomen op de hoogte
van de zondvloed en de droogte
of waar het maar over gaat.

Alles wat daar buiten staat
valt er evengoed toch binnen
omdat het erover praat
of het kan verzinnen.

Het is het zaad van elk zaad
maar zichzelve kent het niet.

Wellicht is het slechts bedacht
want de logica verbiedt
dat het is op eigen kracht.