zondag 4 januari 2015

Sigaret.

In de schaduw van mijn pet
gloeit soms op een sigaret
die mij voor een poosje redt
van de vrees te zijn verwed
doormijn onbezonnen stap
van het nemen als een grap
wat toch echt is serieus.
Zo nam ik mij bij de neus.

Nu ben ik voorbij de keus.
Buitennissig als een reus
blijf ik stil en eenzaam achter
en geen vriend nog langer lacht er.

Ik verheug me nog in 't vuur
dat slechts smeult voor korte duur.

Stijf.

Waarom ben ik toch zo stijf
en houd vrienden van mijn lijf?
Is het juist niet dat ik, bang
om mijn dorst te openbaren,
doe alsof ik niets verlang
o mijn hachje te bewaren?

Dan ben ik wel hypocriet
want mijn passie toon ik niet.
Dat is wat men heel goed ziet -
ik ben lek als een vergiet
en sla zo een mal figuur
op het ongelegenst uur.

Dit vanwege 't eeuwig vuur
dat de steen bakt voor mijn muur.

Bezig.

Altijd ben ik in de weer
en ben bezig, min of meer,
mijn positie te bepalen,
af te wegen, als op schalen,
wat nog veilig is voor mij,
mij te scharen in de rij
van hen die de de eindstreep halen
en daar vrij zijn van betalen.

Maar ik weet mij in het krijt,
kan mijn schulden niet ontlopen.
Wat ik fout deed is een feit
dat ik niet snel af kan kopen.

Toch blijf ik de hele tijd
nochtans op iets anders hopen.

vrijdag 2 januari 2015

Tegenstrijdigheid.

Er is enkel dit moment
en tegelijk is 't onbekend
want als ik erover rep
is het juist daardoor al nep.

Dan is 't immers al voorbij.
Steeds opnieuw ontglipt het mij.
Het blijft altijd fantasie
dus iets wat ik nimmer zie.

Niettemin kan ik het denken
en dat denken aandacht schenken.
Zo kom ik er dichterbij
maar nog steeds ontgaat het mij.

Pas als ik er niet meer ben
kan het zijn dat ik het ken.

donderdag 1 januari 2015

Getijden.

Bij getijden rijst de zee.
Daarop rijzen schepen mee.

Zonder dat zij 't zelf doen
gaan omhoog fregat, galjoen,
kruiser, slagschip, elke boot
horend bij die grote vloot.

Het zou best zo kunnen zijn,
als die boten spreken konden,
dat, betoverd door de schijn
van een zelf dat werd gezonden,
elk apart zou gaan beweren:
"Ik besluit nu op te veren!"

Geldt hetzelfde niet voor mij,
sprietje in de wijde wei?


Pas op de plaats.

Telkens sta ik op een tweesprong
waar ik links kan gaan of rechts
of soms is het ook een landtong
en dan is er water slechts.

Altijd wil ik weer vooruit
want hier houd ik het niet uit.
Onrust kriebelt in mijn huid,
jaagt mij voort van noord tot zuid.

Maar ik kom te vaak terecht
in een onverwacht gevecht
of ik eet een vreemd gerecht 
wat mij verder niet veel zegt.

Thans durf ik mij te vervelen,
dat zal mij veel sores schelen.


Niets anders.

Steeds op zoek naar waar 't om gaat
maak ik mij nog wel eens kwaad
als ik het maar niet kan vinden
en begin mij op te winden.

Dan weer word ik depressief
en het is mij even lief
als de hele zaak vergaat
want ik ben ten einde raad.

Ik misken wat voor mij staat,
steeds aanwezig en paraat,
nu en hier voor mijn gelaat.

Daar ik mij hierin vergis
heb ik het voordurend mis,
denk dat er iets anders is.