Grenzen en oneindigheid
kunnen nooit hetzelfde zijn.
Zij zijn met elkaar in strijd:
waar geen vorm is is geen lijn.
Toch zijn lijnen overal,
is ertegelijk geen grootst getal.
Onbegrensd is het heelal
en daarin werp ikeen bal.
Alles is in vrije val
maar die val die is er al.
Hij beweegt vanuit verleden
maar staat steeds stil in het heden.
Wat op dit moment bevriest
is wat straks zijn vorm verliest.
vrijdag 14 februari 2014
Nooit gezien.
Kan mijn geest zich wel bewegen?
Hij zou dan ergens moeten zijn
om te gaan van A naar B
maar ik kom hem nergens tegen.
Slechts zijn naam wekt soms de schijn
dat hij rondspringt als een ree.
Maar ik heb geen flauw idee
waar ik hem zou moeten zoeken.
Hij omvat me als een zee
en vertoeft in al mijn boeken
maar speelt spelletjes niet mee,
doet zich nooit eens uit de doeken.
Juist omdat ik hem nooit zie
blijft hij enkel theorie.
Hij zou dan ergens moeten zijn
om te gaan van A naar B
maar ik kom hem nergens tegen.
Slechts zijn naam wekt soms de schijn
dat hij rondspringt als een ree.
Maar ik heb geen flauw idee
waar ik hem zou moeten zoeken.
Hij omvat me als een zee
en vertoeft in al mijn boeken
maar speelt spelletjes niet mee,
doet zich nooit eens uit de doeken.
Juist omdat ik hem nooit zie
blijft hij enkel theorie.
Eindeloos.
Als ik met mijn adem stop
staat mijn lichaam niet meer op.
Het zal minder goed gaan geuren
maar mijn geest kan niets gebeuren.
Die blijkt van mijn lichaam vrij
en hoort er dan niet meer bij.
Wat resteert is slechts het denken
en dat kan geen einde schenken
wat een slot heeft zelf een slot
en dit blijft doorgaan
tot in de oneindigheid
waarin geen grens is aan de tijd.
Mocht de geest er niet meer zijn
is er ook geen angst of pijn.
staat mijn lichaam niet meer op.
Het zal minder goed gaan geuren
maar mijn geest kan niets gebeuren.
Die blijkt van mijn lichaam vrij
en hoort er dan niet meer bij.
Wat resteert is slechts het denken
en dat kan geen einde schenken
wat een slot heeft zelf een slot
en dit blijft doorgaan
tot in de oneindigheid
waarin geen grens is aan de tijd.
Mocht de geest er niet meer zijn
is er ook geen angst of pijn.
Onkenbaar.
Er zijn miljareden golven
die rimpelen op zee.
Soms zijn zij grauw als wolven
en schuiven als een slee
op spiegels, diep gedolven,
uit troggen, tree voor tree.
Alle zijn van water.
Geen drup ervan vergaat er.
Het is steeds een substantie
van hoge transparantie.
Net zo zijn alle vormen,
alsmede wet en normen,
verschijnselen van geest
die daarin zichzelve leest
maar die ik toch niet ken
omdat ik die zelf ben.
die rimpelen op zee.
Soms zijn zij grauw als wolven
en schuiven als een slee
op spiegels, diep gedolven,
uit troggen, tree voor tree.
Alle zijn van water.
Geen drup ervan vergaat er.
Het is steeds een substantie
van hoge transparantie.
Net zo zijn alle vormen,
alsmede wet en normen,
verschijnselen van geest
die daarin zichzelve leest
maar die ik toch niet ken
omdat ik die zelf ben.
De hemel.
De geest is als de hemel
en blijft zichzelf gelijk.
Soms is er veel gewemel
van wolken in dat rijk,
formaties en gefemel
waarnaar ik rustig kijk.
Die rust is van de hemel
want die verdraagt gezemel
en blijft steeds even groot,
diep rood of grauw als lood.
Geen wolk wordt ooit geweigerd
maar wil er eentje gaan
dan geeft hij haar ruim baan
of zij nu schuift of stijgert.
en blijft zichzelf gelijk.
Soms is er veel gewemel
van wolken in dat rijk,
formaties en gefemel
waarnaar ik rustig kijk.
Die rust is van de hemel
want die verdraagt gezemel
en blijft steeds even groot,
diep rood of grauw als lood.
Geen wolk wordt ooit geweigerd
maar wil er eentje gaan
dan geeft hij haar ruim baan
of zij nu schuift of stijgert.
Samen feest.
Als ik kalm ben en zachtmoedig
volgt tevredenheid al spoedig.
Dan hoef ik niet ergens heen
en is vrede er meteen.
Reeds mijn lichaam drukt dit uit
zelfs al maakt het geen geluid.
Enkel door een rechte rug
komt gelijkmoedigheid al vlug
en zij vieren samen feest,
eerst mijn lichaam, dan mijn geest.
Maar zij kennen elkaar niet,
zoals de kanten van een hand,
of zoals een speculant
nooit zijn eigen hersens ziet.
volgt tevredenheid al spoedig.
Dan hoef ik niet ergens heen
en is vrede er meteen.
Reeds mijn lichaam drukt dit uit
zelfs al maakt het geen geluid.
Enkel door een rechte rug
komt gelijkmoedigheid al vlug
en zij vieren samen feest,
eerst mijn lichaam, dan mijn geest.
Maar zij kennen elkaar niet,
zoals de kanten van een hand,
of zoals een speculant
nooit zijn eigen hersens ziet.
Verwijzing.
Hoe kan er iets veranderen
en toch nog steeds zichzelf zijn?
Als strepen gaan meanderen
dan breekt toch ook hun lijn?
Al kijk ik in een spiegel
dan zie ik vaak gewiegel
maar spekglad blijft het glas
alsof er nooit iets gaande was.
Hier zijn ze dus tegelijk:
bewegingen en rust als van een lijk.
De werk'lijkheid houdt zich, als steeds,
verscholen en gedeisd
maar kan zo zijn als waar, nu reeds,
dit voorbeeld naar verwijst.
en toch nog steeds zichzelf zijn?
Als strepen gaan meanderen
dan breekt toch ook hun lijn?
Al kijk ik in een spiegel
dan zie ik vaak gewiegel
maar spekglad blijft het glas
alsof er nooit iets gaande was.
Hier zijn ze dus tegelijk:
bewegingen en rust als van een lijk.
De werk'lijkheid houdt zich, als steeds,
verscholen en gedeisd
maar kan zo zijn als waar, nu reeds,
dit voorbeeld naar verwijst.
Abonneren op:
Posts (Atom)