Als iets goed of beter is
komt dat door vergelijken.
Wanneer ik echter niet beslis
valt er niets te ijken.
Alles spreekt dan slechts voor zich.
Zelfs een roeispaan of een big
zijn niet anders dan de rijken
waardoorheen de goden kijken.
Of iets nu valt of staat te prijken,
zolang het is zal het niet wijken.
Er is alleen maar wat er is,
vrij van doel en hindernis.
Of ik nu werveldans of lig,
op dit moment is het een wig.
woensdag 4 juli 2012
dinsdag 3 juli 2012
Bezit.
Voor mij staat een beker, vrij.
Dan noem ik hem ineens van mij.
De beker kan daar niets aan doen.
Hij staat er nog zoals ook toen.
Zo is het ook met landen.
Zij zijn in niemands handen
en gemaakt van aarde
die ooit met de hemel paarde.
Toen kwamen er de mensen
met hun duizend wensen.
Zij stelden paal en perk,
vergaten toen dat werk.
Zij zien nu als bezit
wat in hun harten klit.
Dan noem ik hem ineens van mij.
De beker kan daar niets aan doen.
Hij staat er nog zoals ook toen.
Zo is het ook met landen.
Zij zijn in niemands handen
en gemaakt van aarde
die ooit met de hemel paarde.
Toen kwamen er de mensen
met hun duizend wensen.
Zij stelden paal en perk,
vergaten toen dat werk.
Zij zien nu als bezit
wat in hun harten klit.
Zwaluwen.
Ik zie de blauwe lucht
en het is half acht.
De wind slaakt nu geen zucht,
het lijkt of alles wacht.
Dan zie ik als een schaduw
hoog boven mij een zwaluw,
gevolgd door zijn genoten,
vrij zwenkend en ontsloten.
Zij vliegen af en aan
maar zien mij hier niet staan
op mijn klein balkon
in de schuine zon.
Ook ik zie hen maar even,
ga verder met mijn leven.
en het is half acht.
De wind slaakt nu geen zucht,
het lijkt of alles wacht.
Dan zie ik als een schaduw
hoog boven mij een zwaluw,
gevolgd door zijn genoten,
vrij zwenkend en ontsloten.
Zij vliegen af en aan
maar zien mij hier niet staan
op mijn klein balkon
in de schuine zon.
Ook ik zie hen maar even,
ga verder met mijn leven.
Gelijktijdigheid..
Ik heb al heel wat afgedacht
in mijmerij of felle jacht
maar ben er nooit nog in geslaagd
om één gedachte zelfs te pakken.
Hoewel het denken daagt
vind ik het niet in vlakken.
Het heeft alleen maar duur:
ongrijpbaar als een vuur
flakkert het en danst
door inzichten omkranst
maar dit is enkel fantasie
die zorgt dat ik de ruimte zie.
Gedachten zelf hebben geen maat,
geen afmeting die erop slaat
maar zijn er twee tegelijk
opent zich het ruimterijk.
Heel de ruimte, vloer van strijd,
is gemaakt van tijd.
En wat is tijd?
Een vrucht van het geheugen.
Ben ik dat eenmaal kwijt
kan niets voor iets nog deugen.
in mijmerij of felle jacht
maar ben er nooit nog in geslaagd
om één gedachte zelfs te pakken.
Hoewel het denken daagt
vind ik het niet in vlakken.
Het heeft alleen maar duur:
ongrijpbaar als een vuur
flakkert het en danst
door inzichten omkranst
maar dit is enkel fantasie
die zorgt dat ik de ruimte zie.
Gedachten zelf hebben geen maat,
geen afmeting die erop slaat
maar zijn er twee tegelijk
opent zich het ruimterijk.
Heel de ruimte, vloer van strijd,
is gemaakt van tijd.
En wat is tijd?
Een vrucht van het geheugen.
Ben ik dat eenmaal kwijt
kan niets voor iets nog deugen.
zondag 1 juli 2012
Los.
Nog steeds zit ik gevangen
tussen de hemel en de aarde
en blijf ik ook verlangen
naar wat ik vind van waarde.
Het zou ook anders kunnen zijn:
een geven dat niets spaarde
of een verlangen o zo fijn
dat dwars door wolken staarde.
Geen aarde zou er zijn,
de hemel gans verstoven,
een transcendent festijn
en niets om in te geloven.
De honden van de lijn
in grenzeloze hoven.
tussen de hemel en de aarde
en blijf ik ook verlangen
naar wat ik vind van waarde.
Het zou ook anders kunnen zijn:
een geven dat niets spaarde
of een verlangen o zo fijn
dat dwars door wolken staarde.
Geen aarde zou er zijn,
de hemel gans verstoven,
een transcendent festijn
en niets om in te geloven.
De honden van de lijn
in grenzeloze hoven.
Net.
Er valt een sigaret
in mijn kopje thee.
Wat zo lekker was daarnet
wordt er ondrinkbaar mee.
Nu valt er ook een peuk
in de oceaan.
Die blijft doodleuk
met zijn brede golven slaan.
Zo is het ook met ergenis
die kan vergiftigen mijn ik
maar nergens meer te vinden is
als ik in't zelfde ogenblik
als een gladde vis
ontsnap aan net en strik.
in mijn kopje thee.
Wat zo lekker was daarnet
wordt er ondrinkbaar mee.
Nu valt er ook een peuk
in de oceaan.
Die blijft doodleuk
met zijn brede golven slaan.
Zo is het ook met ergenis
die kan vergiftigen mijn ik
maar nergens meer te vinden is
als ik in't zelfde ogenblik
als een gladde vis
ontsnap aan net en strik.
Deuntje.
Er was een tijd dat ik de dingen
zag als ruimte. Zelfs het zingen
gaf ik grafisch weer als lijn
die opsprong en weer neer. Zijn
was tot figuur geworden,
getekend op de borden.
Maar de ruimte los van dingen
had ik nooit gezien. Waar ze hingen
was slechts te bepalen
aan de hand van kaarten en verhalen.
Ik had er dus iets bijgehaald
waarvan't bestaan niet was bepaald.
Nu zie ik slechts de dingen
die hun eigen deuntje zingen.
zag als ruimte. Zelfs het zingen
gaf ik grafisch weer als lijn
die opsprong en weer neer. Zijn
was tot figuur geworden,
getekend op de borden.
Maar de ruimte los van dingen
had ik nooit gezien. Waar ze hingen
was slechts te bepalen
aan de hand van kaarten en verhalen.
Ik had er dus iets bijgehaald
waarvan't bestaan niet was bepaald.
Nu zie ik slechts de dingen
die hun eigen deuntje zingen.
Abonneren op:
Posts (Atom)