donderdag 2 april 2015

Doorgang.

Ik richt mij tot je met dit lied
maar tevergeefs: je antwoordt niet.

Dit is een wonderschone gift
want zij zet me in de lift
van een toenemend verlangen
dat mij opent nieuwe gangen
naar een bibberend verdriet
in een onbekend gebied.

Eindelijk word ik deemoedig.
Dit is heilzaam en voorspoedig
en zo opent zich mijn hart
voor de oude, diepe smart
van geheel verlaten zijn.
Hierdoor word ik langzaam rein.

Niet van mij.

Het gaat niet enkel om de daad.
Wellicht is er meteen al kwaad
wanneer ik het slechte denk
en daaraan dan aandacht schenk.

Dan is het alreeds geschied
en excuses zijn er niet.
Ik heb het slechts zelf gedacht
en geheel uit eigen kracht.

Niemand kan ik het verwijten,
geen berouw baat mij of spijten,
waarmee ik veroordeeld ben.

Maar niet als ik onderken:
" Dit idee is niet van mij!"
Dan ben ik direct weer vrij.

Ontwaken.

Mij blijft zoveel overkomen:
ik zie miriaden bomen,
word bezocht door duizend dromen
terwijl toch mijn bloed blijft stromen.

Elke ochtend wordt het licht.
Vaak doe ik mijn ogen dicht
om wat langer door te slapen.

Zo roep ik zelfs slaap te wapen
bij het werk dat ik verricht
om mij steeds bijeen te rapen.

Maar dan val ik uit de kaken
van wie mij was aan het schaken.
Eindelijk zie ik dan pas
dat ik dacht dat ik dat was.

woensdag 1 april 2015

Wonder.


Als ik door een rots kan lopen
noemt men dit al snel magie.

Ook als ik een steenkool open
en daarin biljetten zie
waar ik paarden mee kan kopen
overtreft dat fantasie
en een pinguin in de tropen
is als lopen zonder knie.

Laatst liet ik een walvis dopen
en dat kostte maar een spie.

Maar er is een groter wonder:
dat ik ondanks het gedonder
dat mij toeroept: " 't Is genoeg!"
mij toch naar wat goed is voeg.

Eenvandevelen.

Op tafel ligt een ei,
van maat en grootte vrij.

Zijn protonen indachtig
is het beslist reusachtig.
Zijn rondingen zijn machtig,
een muis die't breekt is krachtig.

Maar met de zon erbij
verdwijnt het in de rij
van duizenden fantomen,
wordt een van veel atomen.

Oneindig klein, oneindig groot:
zij zijn steeds in balans.
Precies hier in de middenmoot
grijpt nu het ei zijn kans.

Andersom.

Jij leeft in een dimensie
waarvan ik slechts de grens zie.

Ik ga vergeefs je gangen na
maar ben te triviaal.
Te snel, te bot voor je genĂ¢
verzin ik een verhaal
om dingen te verklaren
die ik niet kan ontwaren.

Te hoog heb ik gegrepen,
argwanend en benepen,
maar dit is enkel dom:
het is juist andersom.

Jij bent echt op de aarde.
Daarin zie ik geen waarde.



Lastpost.

Het is logisch dat je baalt
daar ik, als een muzikant
die zijn deuntjes maar herhaalt,
jou belet dat je ontspant.

Jij krijgt geen gelegenheid
- want je hebt maar weinig tijd -
om je aan je taak te wijden.
Zo draag ik bij aan je lijden.

Waarom ik zo'n lastpost ben?
Niemand is zo schoon als jij.
Dat is waarom ik jou na ren
en laat ik je niet gauw vrij.

Beter pak ik nu mijn pen
en schrijf er een liedje bij.