donderdag 3 oktober 2013

Cittamatra *).

Op een onbeschreven blad
vormt zich af en toe een spat
die eruit ziet als een gat
in de blankheid die het had
maar dat gat, zo zichtbaar hier,
is gemaakt van het papier
waarop getekend wordt een dier
of een deksel op een kier
en gefascineerd door dat
zie ik niet meer langer wat
het nog steeds in feite is:
vormen waar ik witheid mis.

Hiervan ben ik mij gewis
hoewel ik mij steeds vergis.


*): "Cittamatra" (Skt.) - "Enkel geest".

Deegwaar.

Op de vloer ligt er een haar.
Maar is dat ook echt wel waar?
Want al zeg ik: "hij ligt daar!"
vraagt mijn huisgenote: "waar?".

Dus wellicht is het mijn oog
dat mij deze keer bedroog
of is het mijn vriendin misschien
die hem echt niet heeft gezien?

Plotseling is er een vlaag
van een onverwachte wind
en voor eeuwig blijft de vraag
waarop ik geen antwoord vind:

was die haar nu echt wel daar
of haar "waar?" wel degelijk waar?



.

Spion?

Als ik weg ga uit de zon,
maak ik mij dan tot spion?

Ik trek mij weliswaar terug
en haal op daarmee de brug
die mij bindt met wat bestaat
en mij in de ruimte laat.

Maar die ruimte heeft geen grond
en is nergens afgerond.
Hij is als een open mond
voordat er een klank ontstond.

Zonder mij nog te bekwamen
val ik daar geheel mee samen.
Niemand zoekt er, niemand wenst er.
Daardoor ben ik slechts een venster.

woensdag 2 oktober 2013

Frequent.

Soms komt een prikkel  heel frequent
en ik noem die daardoor diep
waarmee ik dus co-emergent
afstand in het leven riep.

Alles wat zich voordoet vaak
veroorzaakt dat ik ruimte maak.
Deze is nog steeds idee
dat zich uitbreidt tot een zee
van planeten en spiralen
als een vangnet voor mijn dwalen
en zo blijven er verhalen
zich in vorm en maat vertalen.

Is het u nog nooit verteld?
Ruimte is de tijd die af en toe driedubbel telt.


Geleden.

Het is een tijd geleden
dat ik zo heb genoten.

Ik kijk vanuit dit heden
en leef nog onverdroten
want heb geheel geen keus,
met ogen naast mijn neus,
om steeds weer te aanschouwen
wat zich blijft ontvouwen.

Toch noemde ik "geleden"  
toen ik sprak over tijd.
Dat leed niet wordt vermeden
lijkt hierdoor een feit.

Dan is dus leven het vermogen
om het lijden te gedogen.

dinsdag 1 oktober 2013

Ontcijferend.

Heel het leven is een slag
in een beperkte tijd.
Deze krimpt van dag tot dag,
verstrijkt zonder respijt.

De lading dekt geen vlag,
hier helpt geen vlijt of strijd.
Langzaam ga ik overstag
en raak straks mijn lichaam kwijt.

Ofschoon ik niet klagen mag
heb ik  heel wat spijt
maar betaal gelag
waardoor ik word bevrijd.

Ik viel in't gat en bijf er
opdat ik mij ontcijfer.

Zojuist.

Wat zat ik zojuist te denken?
Moet ik daaraan aandcht schenken?
Het is immers al voorbij
en dus nu niet meer van mij.

Ik verleen het heerschappij
en het laat me niet meer vrij
als ik toegeef aan zijn wenken
en het kan me weldra krenken.

Dus houd ik het niet meer bij,
heb zo steeds een schone lei
waarop constant wordt geschreven
maar het blijft altijd maar even
want van dromen is het leven
dat steeds gratis wordt gegeven.