donderdag 3 november 2011

Een.

Ik heb een vrije wil
en ben daardoor de spil
tussen duizendeen deviezen
waaruit ik dan kan kiezen.

Maar wat bepaalt mijn keus?
En koos ik voor mijn neus?
Wanneer een God het voor mij deed,
heb ik het dan niet uitbesteed?

Als Hij Zijn schepping heeft bedacht
is er dan nog niet een hoog're macht
die dat idee heeft voortgebracht
en in de diepte lacht?

Maar nee
dit deelt het zijn in twee
terwijl er maar één voortgang is gegeven
waarin noch wil noch voorbeschikking leven.

Verrassing.

Ik zit nu in de keuken
en verdiep me vol bravado
in een avocado
die ik wat uit moet deuken
voordat de lepel die ik heb
kan gaan dienen als een schep
waarmee ik de zachte vulling
loswrik uit zijn groene hulling.

Ik kijk zodoende naar de grond
en zielen schuifelen wat rond
totdat in 't zwerk zich heft mijn blik,
ik van verbazing bijna schrik,
want wat een magnifiek gezicht:

gesluierd in een waas een bol van licht!

woensdag 2 november 2011

Massa.*)

voor Mercedes Bravo Segui

In mijn lijf zijn het de botten
en in de aarde is het rots
die beweeglijkheid beknotten
en slechts zwijgen stijf en trots.

Zij zijn moeilijk te verzetten
maar gaan ze eenmaal mee
kan ik hun gang niet meer beletten
en is te breed voor hen geen zee.

Het is de trage massa,
verslaafd aan slaap en kassa,
waarop als drijfzand rusten
zowel de luiheid als de lusten
die mij dragen en omgeven
en benevelen mijn leven.

*) "Over Prometheus worden vier sagen verteld. Volgens de eerste werd hij omdat hij de Goden aan de mensen had verraden, aan de Kaukasus vastgeklonken en de Goden zonden adelaars die van zijn voortdurend aangroeiende lever vraten.
Volgens de tweede drong Prometheus zich door de pijn van de hakkende snavels steeds dieper in de rots, totdat hij er een mee werd.
Volgens de derde werd in de duizenden jaren zijn verraad vergeten, de Goden vergaten, de adelaars, hijzelf.
Volgens de vierde werd men, wat redeloos was geworden, moe. De Goden werden het moe, de adelaars werden moe, de wond sloot zich moe.
Bleef het onverklaarbare rotsgebergte. - De sage probeert het onverklaarbare te verklaren . Daar zij uit een grond van waarheid is ontstaan moet zij weer in het onverklaarbare eindigen."
(Franz Kafka: "Prometheus")

Flarden.

Zo op het eerst gezicht
zijn er alleen maar flarden
van verschijnselen die ongericht
mijn wereldbeeld verwarden.

Dus denk ik mij een God
tot Wie ik mij kan wenden
en ik wil volgen Zijn gebod
als Hij mij vreê wil zenden.

Zelfs straf wil ik wel ondergaan
als maar een vangnet blijft bestaan
waarin de vreugdes die vergingen
worden bewaard en teruggegeven
om te delen in het leven
en de flarden hymnes zingen.

Alles goed?

Van tijd tot tijd word ik begroet
met de roep: "Gaat alles goed?"
Ik antwoord meestal dan gedwee:
"t Kon slechter" of: " Het valt wel mee."

Hoewel dit niet onjuist is
is het incompleet
zoals een hand geen vuist is
en een baal wol geen kleed.

Want alles gaat pas goed
na't vloeien van het laatste bloed
en het verdwijnen van de pijn
voor alle wezens, groot en klein.

Ik moet er wel bedacht op zijn
dat dit geen reden wordt tot chaggerijn.

dinsdag 1 november 2011

Allerzielen.

De mist kruipt tussen stenen,
graven en chrysanten
en kleeft aan mos en spanten,
danst met wie verdwenen.

Feeën en muzikanten
neigen het hoofd en wenen
over hersenpan en benen
van onzichtbare trawanten.

De wereld is van zielen vol
en niets is hen te dol.

Toch kan men hen niet vinden.
Ongrijpbaar als de winden
spelen zij hun rol,
vermetel, schalks en hol.

Allerheiligen.

Het schip der wereld maakt slag zij
en verkeert in zwaar getij.
Ondanks de zorg van wijzen
kan het gaan kapseizen.

De wijzen staan niet aan het roer
maar zitten stil ter zijde.
Ze lijken dus niet erg stoer,
mijden de slingerblijde.

Als ieder was als zij
was er niet langer averij.
De aarde zou herademen,
de hemel haar omvademen.

Niets hoef je te beveiligen
te midden van de heiligen.