Al wat is is wat ik ben:
alle dingen die ik ken.
Elk gezicht en elk geluid,
elke huiver op mijn huid.
Stenen in het stof gevallen
en de naamloze getallen
van het aantal sterfgevallen
door de dood, die komt voor allen.
Elke distel in het gras
die er gisteren niet was
en de meester voor de klas
met wat as nog op zijn jas.
En de klank van een trompet
die mij van gemijmer redt.
donderdag 30 april 2015
Weken.
Soms ben ik geheel bevroren.
Naar geen raad wil ik nog horen.
Daarmee sluit ik mij dan af
en voltrek daarmee mijn straf
om geisoleerd te staan
en dan langzaam te vergaan.
Maar als ik er uit wil breken
zal ook dat zich snel gaan wreken.
Te stoutmoedig grijp ik in.
Dat is het eind en geen begin.
Sleutel is steeds tederheid
maar dat vergt gewoonlijk tijd.
Mijn obstakels laat ik weken
en mijn oordeel zal verbleken.
Naar geen raad wil ik nog horen.
Daarmee sluit ik mij dan af
en voltrek daarmee mijn straf
om geisoleerd te staan
en dan langzaam te vergaan.
Maar als ik er uit wil breken
zal ook dat zich snel gaan wreken.
Te stoutmoedig grijp ik in.
Dat is het eind en geen begin.
Sleutel is steeds tederheid
maar dat vergt gewoonlijk tijd.
Mijn obstakels laat ik weken
en mijn oordeel zal verbleken.
Niet weten.
Af en toe weet ik niet goed
wat het best is om te doen.
Misschien heb ik niet de moed,
trek niet aan de stoute schoen,
om ín ´t volle licht te gaan
en blijf in de schaduw staan.
Maar wellicht is dat wel wijs.
Te halsbrekend is de reis
om die veilig te volbrengen
en moet ik mijn rust verlengen.
Wanneer ik het echt niet weet
brengt dat niet alleen maar leed.
Ik wacht af en houd het open,
zie dan wel hoe het gaat lopen.
wat het best is om te doen.
Misschien heb ik niet de moed,
trek niet aan de stoute schoen,
om ín ´t volle licht te gaan
en blijf in de schaduw staan.
Maar wellicht is dat wel wijs.
Te halsbrekend is de reis
om die veilig te volbrengen
en moet ik mijn rust verlengen.
Wanneer ik het echt niet weet
brengt dat niet alleen maar leed.
Ik wacht af en houd het open,
zie dan wel hoe het gaat lopen.
Ontvanger.
Ben ik eigenlijk wel vrij?
Heel veel doe ik onder dwang.
Ik sta dikwijls in een rij
en men jaagt mij licht op stang.
Iets te zingen maakt mij blij
maar bepalend is de zang.
Aan de loef of aan de lij
zeil ik al mijn leven lang
aan het spannendste voorbij
want dat maakt mij toch te bang.
Zo zit ik steeds in de tang
maar tegelijk bevalt dat mij
daar ik desondanks ontvang
prijzen uit de loterij.
Heel veel doe ik onder dwang.
Ik sta dikwijls in een rij
en men jaagt mij licht op stang.
Iets te zingen maakt mij blij
maar bepalend is de zang.
Aan de loef of aan de lij
zeil ik al mijn leven lang
aan het spannendste voorbij
want dat maakt mij toch te bang.
Zo zit ik steeds in de tang
maar tegelijk bevalt dat mij
daar ik desondanks ontvang
prijzen uit de loterij.
Reconstructie.
Ik word nog door jou verwend
ofschoon je er niet meer bent
want ik blijf je nu verereren
door je te reconstrueren.
Rustend op een bed van veren
kan geen ongemak je deren
want je bent van geest gemaakt
die door niets maar wordt geraakt.
Maar al lukt me dit ook goed,
toch merk ik dat dit niets doet.
Je ontketent niet de vloed
die gaat golven in mijn bloed,
wanneer ik je in´t echt ontmoet,
en mij voor mijn waan behoedt.
ofschoon je er niet meer bent
want ik blijf je nu verereren
door je te reconstrueren.
Rustend op een bed van veren
kan geen ongemak je deren
want je bent van geest gemaakt
die door niets maar wordt geraakt.
Maar al lukt me dit ook goed,
toch merk ik dat dit niets doet.
Je ontketent niet de vloed
die gaat golven in mijn bloed,
wanneer ik je in´t echt ontmoet,
en mij voor mijn waan behoedt.
Toedracht.
Ik sprak over geven vrij
als de hoogste deugd.
Zo dus ook begreep je mij
en dat bracht je vreugd'.
Daarop kwam je naar me toe
want je was het zwerven moe,
was op zoek naar wat verzachting
door een simp'le overnachting.
Maar gelijktijdig met mijn lid
rees bij mij verwachting
en ik rekende op dit:
een direct vervulde smachting
en mijn lust verrichtte slachting
op mijn woord, zo stralend wit.
als de hoogste deugd.
Zo dus ook begreep je mij
en dat bracht je vreugd'.
Daarop kwam je naar me toe
want je was het zwerven moe,
was op zoek naar wat verzachting
door een simp'le overnachting.
Maar gelijktijdig met mijn lid
rees bij mij verwachting
en ik rekende op dit:
een direct vervulde smachting
en mijn lust verrichtte slachting
op mijn woord, zo stralend wit.
woensdag 29 april 2015
Wie?
Een ding blijft altijd gelijk,
ongeacht wat er gebeurt.
Als ik naar de dingen kijk
wordt een kijkster niet bespeurd.
Zij staan altijd voor mijn neus
en ik heb daarin geen keus.
Maar degene die ze ziet
vind ik in mijn blikveld niet.
Ik neem aan dat ik haar ken
ofschoon ik niet zeker ben
of zij eigenlijk bestaat
ondanks dat ik van haar praat.
Zelfs als ik haar ooit eens zie,
wie ziet dat dan, wie o wie?
ongeacht wat er gebeurt.
Als ik naar de dingen kijk
wordt een kijkster niet bespeurd.
Zij staan altijd voor mijn neus
en ik heb daarin geen keus.
Maar degene die ze ziet
vind ik in mijn blikveld niet.
Ik neem aan dat ik haar ken
ofschoon ik niet zeker ben
of zij eigenlijk bestaat
ondanks dat ik van haar praat.
Zelfs als ik haar ooit eens zie,
wie ziet dat dan, wie o wie?
Abonneren op:
Posts (Atom)