zaterdag 4 juni 2016

Einstein en Bohr.

Is de  Schepper van 't heelal
architect of dobbelaar?
Welke van die twee is waar?
Of houdt Hij ons voor de mal?

Dit maakt ons het leven zuur
omdat moedertje natuur
ons steeds twee gezichten toont
en ons vragen niet beloont
met een antwoord, kant en klaar,
los van dat wat ik ervaar.

Dit ervaren is steeds daar
of 't nu dromen is of waar.
In gewaar zijn, onbebost,
is die tweespalt opgelost.

vrijdag 3 juni 2016

Weerlegging.

Hoe weet ik dat iets zich kromt?
Daar iets anders dat verdomt.

Tegenwoordig wordt gezegd,
en wie weet ook wel terecht,
dat de ruimte welving is
waardoor ik contrasten mis
om dit vast te kunnen stellen.

Want als alles is aan 't  hellen,
hoe kan ik dat dan vertellen?
Ik hel met die helling mee,
volg bewegingen gedwee.

Daardoor wordt juist alles hecht,
onbeweegbaar, vast en recht
waarmee het zichzelf weerlegt.

Raadsels.

Ruimte geeft gelegenheid
voor het dagen van een feit.
Dit geschiedt steeds in de tijd,
of 't nu vrede is of strijd.

Dit zijn de coördinaten
die de wereld draaien laten,
die mij kunnen laten praten
en marcheren de soldaten.

Maar wat is dit inzicht waard?
Gloed en warmte van mijn haard
worden daarmee niet verklaard.

Waarom is er de kleur rood
en ruik ik gebakken brood?
Deze raadsels blijven groot.

donderdag 2 juni 2016

Intussen.

Ik verdraag wat ongemak.
Krijg ik duivels op mijn dak
weer ik die niet zo maar af:
wellicht leer ik van die straf.

En haalt men mij door het slijk
neem ik niet meteen de wijk,
onderga dat eer geduldig
want ik weet mij medeschuldig.

Omdat ik van deemoed hoor
ga ik met zo'n leven door
maar toch stelt het niet veel voor:
ik hoop stiekem op beloning,
word wellicht nog eens een koning
maak van het heelal mijn woning.

Frictie.

Ik zou moeten durven rusten
ook wanneer er iets niet lukt.
Onder mijn verborgen lusten
ga ik dan niet meer gebukt.

Al wordt daar niet aan voldaan
hef ik nochtans jubel aan:
omdat ik verdriet geniet
is dat weefsel voor een lied.

't Is een teken dat ik leef
wanneer ik in vreze beef.
Dit is vrijelijk te geef,
waaruit ik mijn verzen zeef.

Wroeging, wraakzucht, ongemak
hebben aan mijn wensen lak.



woensdag 1 juni 2016

Overstag.

Ik ben van obstakels vrij
want die zijn gemaakt van mij
en ik word niet meer jaloers
want verwijderd is het floers
waardoor ik de wereld zag
als iets anders, elke dag.

En nu ben ik overstag:
elke lading dekt de vlag
van de nondualiteit.
De bevrijding is een feit.

Nooit hoef ik meer ergens heen
want ik ben steeds al meteen
waar ik nooit vandaan kan gaan.
Daar is geen beginnen aan.

Wind.

Wanneer ik word aangedaan
krijg ik zin om op te staan
om daar iets aan te gaan doen
met een woord of met een zoen.

Maar ik kan het ook zo laten.
Of 't nu minnen is of haten:
in mijn hart beweegt een snaar
en ik houd mijn aandacht daar.

Dan weet ik niet goed meer waar
die beroering zich bevindt.

Als ik in de ruimte staar
zie ik immers niet de wind
die bewegen doet mijn haar
maar zich aan geen stemming bindt.