Als ik op een platform sta
kunnen meer lieden mij zien
dan wanneer ik rustig ga
en verborgen bovendien.
Maar dat zegt niets over hoe
ik mijn arbeid zelve doe.
Die staat los van rang en stand,
zelfs al komt het in de krant.
Soms valt mij vermaardheid toe
maar rijd ik een scheve schaats
hoor ik ook meervoudig "boe!",
ten gevolge van mijn plaats.
Want zodra ik die zou ruilen
oogst een ander lof en builen.
woensdag 3 december 2014
Over zekerheid.
Laatst liet ik mijn fiets nog staan,
vastgemaakt en goed op slot.
Ik nam vol vertrouwen aan
dat die daar zou blijven tot
ik hem weer zou komen halen
om geen reisgeld te betalen.
Maar ik trof hem niet meer aan.
Hij stond niet waar hij moest staan.
Weet ik daardoor nog wel zeker
of mijn fraai gebloemde beker
nog steeds in de keuken staat?
Ligt mijn huis thans aan een straat?
Houd ik mij niet voor de mal,
overtuigd van het heelal?
vastgemaakt en goed op slot.
Ik nam vol vertrouwen aan
dat die daar zou blijven tot
ik hem weer zou komen halen
om geen reisgeld te betalen.
Maar ik trof hem niet meer aan.
Hij stond niet waar hij moest staan.
Weet ik daardoor nog wel zeker
of mijn fraai gebloemde beker
nog steeds in de keuken staat?
Ligt mijn huis thans aan een straat?
Houd ik mij niet voor de mal,
overtuigd van het heelal?
dinsdag 2 december 2014
Pythagoras.
Alles, ooit bijeengebracht,
gaat ook weer voorbij
en het ligt niet in mijn macht
te veranderen dit tij.
Rotsen die nu voor mij staan
zullen eenmaal zijn vergaan
en de zee, oneindig groot,
biedt geen diepte dan aan 't lood.
Ik neem toevlucht tot de geest
en tot tellen nog het meest.
Daarin vind ik vaste wetten
die geen mammoet kan verzetten.
Ook al ligt de rest in as
is er nog Pythagoras.
gaat ook weer voorbij
en het ligt niet in mijn macht
te veranderen dit tij.
Rotsen die nu voor mij staan
zullen eenmaal zijn vergaan
en de zee, oneindig groot,
biedt geen diepte dan aan 't lood.
Ik neem toevlucht tot de geest
en tot tellen nog het meest.
Daarin vind ik vaste wetten
die geen mammoet kan verzetten.
Ook al ligt de rest in as
is er nog Pythagoras.
maandag 1 december 2014
Onomkeerbaar.
Heb ik klei eenmaal gebakken
is't een kopje of een vaas
die ik ook nog kan gaan lakken
of kan breken met geraas
en die breng ik niet snel terug
tot de modder die ze waren,
die ik, naar mijn zin en vlug,
vormen kon, haast met gebaren.
Zo heb ik ook leren lezen,
dat is een voldongen feit,
en mijn wens wordt afgewezen
te weerkeren naar de tijd
waarin letters, nog als wezen,
vroegen naar identiteit.
is't een kopje of een vaas
die ik ook nog kan gaan lakken
of kan breken met geraas
en die breng ik niet snel terug
tot de modder die ze waren,
die ik, naar mijn zin en vlug,
vormen kon, haast met gebaren.
Zo heb ik ook leren lezen,
dat is een voldongen feit,
en mijn wens wordt afgewezen
te weerkeren naar de tijd
waarin letters, nog als wezen,
vroegen naar identiteit.
Afweging.
Voel ik mij niet steeds een koning
met de wereld als mijn woning
en de mensen als mijn knechten
die zelfs voor mij willen vechten?
Als dat niet zo dreigt te zijn
is er steeds direkt al pijn
vergezeld door stomme klacht
wegens een gebrek aan macht
want liefst zou ik, soeverein,
heer en meester willen zijn.
Heb ik zelf hiervoor gekozen
dan ben ik slechts een schavuit,
altijd op mijn voordeel uit,
en kan dit denkbeeld beter lozen.
met de wereld als mijn woning
en de mensen als mijn knechten
die zelfs voor mij willen vechten?
Als dat niet zo dreigt te zijn
is er steeds direkt al pijn
vergezeld door stomme klacht
wegens een gebrek aan macht
want liefst zou ik, soeverein,
heer en meester willen zijn.
Heb ik zelf hiervoor gekozen
dan ben ik slechts een schavuit,
altijd op mijn voordeel uit,
en kan dit denkbeeld beter lozen.
Misvatting.
Ik kijk naar een oude prent
van een opgetogen vent.
Lustig speelt hij op zijn luit.
Wellicht kreeg hij juist een duit.
't Is alsof hij er nog is
ofschoon ik hem tevens mis
want ik kan hem toch niet vinden -
aan mijn hand blijft hij ontzwinden.
Is dit ook niet het geval
met wat nu in het heelal
zich zo fraai aan mij vertoont?
Is ook dit al niet een prent
die zijn indruk tot mij zendt
maar waarin geen speler woont?
van een opgetogen vent.
Lustig speelt hij op zijn luit.
Wellicht kreeg hij juist een duit.
't Is alsof hij er nog is
ofschoon ik hem tevens mis
want ik kan hem toch niet vinden -
aan mijn hand blijft hij ontzwinden.
Is dit ook niet het geval
met wat nu in het heelal
zich zo fraai aan mij vertoont?
Is ook dit al niet een prent
die zijn indruk tot mij zendt
maar waarin geen speler woont?
Bewijs.
Waardoor is het dat ik lijd?
Komt het niet door 't onderscheid
dat ik principieel, voortdurend maak,
opkomend bij elke zaak,
tussen dat wat er gebeurt
en wat naar hars en mirre geurt?
Zou het soms zo kunnen zijn
dat er ergens, soeverein,
altijd nog een blauwdruk is
van iets wat ik node mis?
Dat ik kennis heb van puin
door de notie van een tuin?
Dit zou gelden als bewijs
voor 't bestaan van 't paradijs.
Komt het niet door 't onderscheid
dat ik principieel, voortdurend maak,
opkomend bij elke zaak,
tussen dat wat er gebeurt
en wat naar hars en mirre geurt?
Zou het soms zo kunnen zijn
dat er ergens, soeverein,
altijd nog een blauwdruk is
van iets wat ik node mis?
Dat ik kennis heb van puin
door de notie van een tuin?
Dit zou gelden als bewijs
voor 't bestaan van 't paradijs.
Abonneren op:
Posts (Atom)