zondag 6 november 2011

Hoe het gaat.

Er zijn een lichaam en een geest,
dat lijkt wel altijd zo geweest.
Het lichaam krijgt de rol van beest
en de geest is meester meest.

En zo ontstaat een speelterrein
tussen wat binnen heet en buiten:
een schema of een richtlijn
versus een trilling in de kuiten.

En dan is er een ik
dat pendelt heen en weer
soms danig in zijn schik
en dan weer bij de pakken neer,
gelijkmatig soms als een pendule
en dan weer in de war als tule.

Tegelijk.

Een ding is veel tegelijk
en aan mogelijkheden rijk.

Zo is een steen een presse-papier
een strijkvlak en een wapen
en wordt gebruikt in het métier
van strijders en satrapen.

De zon is bron van hitte
maar evenzeer van licht,
zijn kleur is soms een witte
en soms tot grijs verdicht.

Hoe zit het nu met heelal:
is dat niet ene diamant,
met zijn facetten overal,
die zijn en tijd omspant?

Berin.

Er is alleen dit ogenblik.
Natuurlijk is er ook verleden
maar ook dit is in het heden
en dit heden geeft geen kik.

Want het is daarvoor te kort:
men kan het altoos delen
in momenten, talloos velen,
waardoorheen de tijd zich stort.

Ook de toekomst zit erin
in de vorm van een verwachting,
als een welp in een berin.

Maar een moment is zelf geen ding
behalve in het denken
waaruit het zich blijft schenken.

zaterdag 5 november 2011

Grondeloosheid.

voor Pieter van der Heul.

We zoeken telkens naar een grond
want die is zeer beveiligend
en houdt ons zeker en gezond.
Alle leven heiligend,
behoedt hij ons voor vrije val
want die is het ergst van al.

Behalve zonder grond.
Dan kan men niet te pletter vallen
en is er veiligheid voor allen.
Nu is de cirkel rond:

Wat zeker leek is nu bedreigend
en wat eng leek, zwart en zwijgend,
is een ruimte zonder randen
waarin losse zonnen branden.

Spagaat.

Wat ik nu met mijn mond belijd
pakt anders uit in and're tijd.
Zo preek ik mededogen
maar, komt het erop aan,
dan laat ik iemand staan
en blijf intussen betogen
zorg te geven aan
degenen die zieltogen.

Hier helpt geen gedicht
maar roept alleen de plicht
van het andere gezicht
dat, naar mij gericht,
zorgt dat ik zwicht
en mijn zekerheid ontwricht.

Roes.

Met mijn voeten over grind
dwaal ik door een labyrint
ben gevangen in een lint
waarin ik dingen vind
die mij betoov'ren als een kind
door hun schijnsel teerbemind.

Wat onder mijn voet begint
wordt een doolhof die zich windt
door de tijd die hem verslindt
en waarin hij zich ontbindt.

Zo verwaaid dan in de wind
is er niemand die nog zint
of verliest of wint.

Er rest slechts een glas absint.

donderdag 3 november 2011

Absoluut en relatief.

voor Sybren Post.

Religie is het leggen van verbinding
maar is dat geen verblinding?
Als alles een was kon er niets verbonden worden
en alle regels daaromtrent verdorden.

Toch is dit wat religie zegt:
God is een en alles, echt.
Dan ga je toch niet delen
om daarna weer te helen?

Toch lijkt het er wel op
en is het dus alleen een spelen
dat we zoeken zonder stop.

Wie daar niet aan mee wil doen
is een zuurpruim en een stijfkop,
kent het geluk niet van een zoen.