Af en toe trek ik mij terug
en dan is er dus geen brug
tussen mij meer en mijn naaste
daar ik mij al te veel haastte
hoog in mijn ivoren toren
om daar naar een stem te horen
die ik dan pas kan verstaan,
zonder zorg om mijn bestaan.
Dit is niet zoals het hoort
maar toch wil ik ongestoord
vrij genieten van haar woord,
liefst nog in een mooi accoord.
Dit breng ik dan graag mee terug
en herstel daarmee de brug.
dinsdag 30 september 2014
Wortels.
Gedachten horen bij mij
als bladen bij een boom
en daarom ben ik onvrij
te scheiden van hun stroom.
Ik laat hen rustig bruisen,
hun ritselen mag ruisen,
want zij zijn een symptoom
van mijn bestaan als boom
met wortels in de aarde
die steeds zijn rust bewaarde.
Ik laat mijn kruin bewegen.
Mijn wortels zijn gedegen.
Geen kreun komt ongelegen.
Dit leven is een zegen.
als bladen bij een boom
en daarom ben ik onvrij
te scheiden van hun stroom.
Ik laat hen rustig bruisen,
hun ritselen mag ruisen,
want zij zijn een symptoom
van mijn bestaan als boom
met wortels in de aarde
die steeds zijn rust bewaarde.
Ik laat mijn kruin bewegen.
Mijn wortels zijn gedegen.
Geen kreun komt ongelegen.
Dit leven is een zegen.
Zonnestralen.
Hoe dun is een zonnestraal?
Neem die van het westen:
als ik er daar een uithaal
{die van noordwest ten westen)
en dit telkens maar herhaal,
zal er toch steeds een resten.
Elke straal wordt steeds weer fijner,
zijn breedte alsmaar kleiner.
Steeds dichter staan zijn op elkaar
al ga ik met hen naar hun bron
maar als ik naar buiten vaar,
steeds verder van de zon,
dan wordt de afstand groot,
van een straal tot zijn buurtgenoot.
Neem die van het westen:
als ik er daar een uithaal
{die van noordwest ten westen)
en dit telkens maar herhaal,
zal er toch steeds een resten.
Elke straal wordt steeds weer fijner,
zijn breedte alsmaar kleiner.
Steeds dichter staan zijn op elkaar
al ga ik met hen naar hun bron
maar als ik naar buiten vaar,
steeds verder van de zon,
dan wordt de afstand groot,
van een straal tot zijn buurtgenoot.
Onverzadigbaar.
Weet ik meer dan in de wieg?
Het kan lijken dat ik lieg
als ik zeg waarop het staat:
ik zoek steeds nog een gelaat
waarvan ik de aandacht vraag,
net als toen ook nu vandaag.
Ik verlang naar een gezicht,
als een lelie naar het licht,
dat zijn snelle taak verricht
en waarvoor ik direct zwicht.
Altijd kijk ik nog weer rond
alsof ik nog steeds niet vond
wat zich aanbiedt, vrij en blij,
helemaal alleen voor mij.
Het kan lijken dat ik lieg
als ik zeg waarop het staat:
ik zoek steeds nog een gelaat
waarvan ik de aandacht vraag,
net als toen ook nu vandaag.
Ik verlang naar een gezicht,
als een lelie naar het licht,
dat zijn snelle taak verricht
en waarvoor ik direct zwicht.
Altijd kijk ik nog weer rond
alsof ik nog steeds niet vond
wat zich aanbiedt, vrij en blij,
helemaal alleen voor mij.
maandag 29 september 2014
Attentie.
Aandacht is een kostbaar goed
dat ik altijd op kan wekken.
Zij komt voort uit een gemoed
dat steeds inzicht wil verstrekken.
Wat ik maar als focus kies
wordt dan warmer en precies.
Landt er op mijn knie een vlieg
wordt mijn blikveld als een wieg
waarin hij een tijdje blijft
en, gerust, zijn pootjes wrijft.
Ieder die dit goed ontvangt
weet weer waar hij naar verlangt.
Waar ik haar ook maar op richt,
zij brengt schatten aan het licht.
dat ik altijd op kan wekken.
Zij komt voort uit een gemoed
dat steeds inzicht wil verstrekken.
Wat ik maar als focus kies
wordt dan warmer en precies.
Landt er op mijn knie een vlieg
wordt mijn blikveld als een wieg
waarin hij een tijdje blijft
en, gerust, zijn pootjes wrijft.
Ieder die dit goed ontvangt
weet weer waar hij naar verlangt.
Waar ik haar ook maar op richt,
zij brengt schatten aan het licht.
Vier dimensies.
Tellen volgen op elkaar
maar ik kan niet zeggen waar.
Elk ervan is een moment
dat heel geen locatie kent.
Twee verbindend tot een lijn
roep ik afstand tevoorschijn
en een derde, simultaan,
brengt een vlakte tot bestaan.
Zet ik daar een loodlijn op
komt er ruimte voor een prop
en een gaanderij van steden,
zowel boven als beneden,
glazen, vazen en twee kleden
nu en straks en in't verleden.
maar ik kan niet zeggen waar.
Elk ervan is een moment
dat heel geen locatie kent.
Twee verbindend tot een lijn
roep ik afstand tevoorschijn
en een derde, simultaan,
brengt een vlakte tot bestaan.
Zet ik daar een loodlijn op
komt er ruimte voor een prop
en een gaanderij van steden,
zowel boven als beneden,
glazen, vazen en twee kleden
nu en straks en in't verleden.
Zonder.
Is het waar dat ik steeds denk
of ben ik ook zelf bedacht?
Dan is alles een geschenk
en onttrekt zich aan mijn macht.
Alle grond voor elke klacht
wordt onpeilbaar als een schacht
want dan geldt voor iedereen:
van een dader rest er geen.
Maar zoals er regen is
zonder dat er iemand giet
en het oog verkregen is
zonder dat men't zelf ziet
ruist het leven almaar voort
zonder iemand die het hoort.
of ben ik ook zelf bedacht?
Dan is alles een geschenk
en onttrekt zich aan mijn macht.
Alle grond voor elke klacht
wordt onpeilbaar als een schacht
want dan geldt voor iedereen:
van een dader rest er geen.
Maar zoals er regen is
zonder dat er iemand giet
en het oog verkregen is
zonder dat men't zelf ziet
ruist het leven almaar voort
zonder iemand die het hoort.
Abonneren op:
Posts (Atom)