Ik zoek steeds naar een begin
maar dit zoeken heeft geen zin
want, gesteld dat ik het vind,
komt de vraag waar het begint.
Dit proces zal zich herhalen
een ontelbaar aantal malen
dus dat levert mij niets op
waarom ik er maar mee stop.
Liever zeg ik nu direkt:
het mysterie is volstrekt.
Wat ik zien kan of kan horen
of van tijdperken de sporen
en het golven van het koren,
zijn, als denken, ongeboren.
vrijdag 14 februari 2014
Van alles.
Zoals een mes zich niet kan snijden
kan ik mijzelf niet onderscheiden.
Dus kan ik van alles zijn:
een trompet of een robijn,
een vertraagde lange trein
of een scheur in een gordijn,
een reusachtig bang konijn
of een machtig soeverein,
een lacune in het brein
of een handvol maneschijn,
een komedie in het klein
of een valk van marsepein.
Misschien dit allemaal tegelijk
of een afdruk in het slijk.
kan ik mijzelf niet onderscheiden.
Dus kan ik van alles zijn:
een trompet of een robijn,
een vertraagde lange trein
of een scheur in een gordijn,
een reusachtig bang konijn
of een machtig soeverein,
een lacune in het brein
of een handvol maneschijn,
een komedie in het klein
of een valk van marsepein.
Misschien dit allemaal tegelijk
of een afdruk in het slijk.
Overstijgende kennis.
Ik kan slechts aan vormen denken
door wat zinnen aan mij schenken:
rond, driehoekig of veelkantig,
vol, doorzichtig of parmantig,
ruw, gespleten of geheel
of behaard per onderdeel.
Er zijn er oneindig veel
waarmee ik in gedachten speel.
En tot vormen in de tijd
word ik door duren ingewijd.
Ik kan die gaan ontwaren
door wat naar mijn geest te staren.
Maar het feit dat dit zo is
is wat ik in vormen mis.
door wat zinnen aan mij schenken:
rond, driehoekig of veelkantig,
vol, doorzichtig of parmantig,
ruw, gespleten of geheel
of behaard per onderdeel.
Er zijn er oneindig veel
waarmee ik in gedachten speel.
En tot vormen in de tijd
word ik door duren ingewijd.
Ik kan die gaan ontwaren
door wat naar mijn geest te staren.
Maar het feit dat dit zo is
is wat ik in vormen mis.
zondag 9 februari 2014
Kennis.
Er is veel dat ik beweer
zoals soms: "Het is mooi weer".
Ik herhaal dit keer op keer
en dan twijfel ik niet meer.
Maar ik vraag mij zelden af
hoe ik dit zo zeker weet.
Kennis die ik mij verschaf
is als land dat ik betreed
zonder schoenen, zonder staf,
ongewapend, zonder kleed.
En ikzelf, die dit deed,
heb te weinig tijd besteed
aan de vraag naar wie ik ben
waardoor ik mijzelf niet ken.
zoals soms: "Het is mooi weer".
Ik herhaal dit keer op keer
en dan twijfel ik niet meer.
Maar ik vraag mij zelden af
hoe ik dit zo zeker weet.
Kennis die ik mij verschaf
is als land dat ik betreed
zonder schoenen, zonder staf,
ongewapend, zonder kleed.
En ikzelf, die dit deed,
heb te weinig tijd besteed
aan de vraag naar wie ik ben
waardoor ik mijzelf niet ken.
Lichaam en geest.
Als ik kalm ben en zachtmoedig
volgt tevredenheid al spoedig
want dan hoef ik nergens heen
en is vrede er meteen.
Ook mijn lichaam drukt dit uit,
zelfs al maakt het geen geluid.
Enkel door een rechte rug
komt gelijkmoedigheid al vlug
en ze vieren samen feest,
heel mijn lichaam en mijn geest.
Maar zij kennen elkaar niet,
zoals de kanten van een hand
of zoals een intrigant
nooit zijn eigen hersens ziet.
volgt tevredenheid al spoedig
want dan hoef ik nergens heen
en is vrede er meteen.
Ook mijn lichaam drukt dit uit,
zelfs al maakt het geen geluid.
Enkel door een rechte rug
komt gelijkmoedigheid al vlug
en ze vieren samen feest,
heel mijn lichaam en mijn geest.
Maar zij kennen elkaar niet,
zoals de kanten van een hand
of zoals een intrigant
nooit zijn eigen hersens ziet.
Ontglippen.
Telkens zoek ik naar een naam.
Daarin vat ik dan tesaam
wat mij anders zou ontglippen
of wat ik juist aan wil stippen.
's Avonds zit ik aan het raam
van een glas cognac te nippen.
Ik hanteer het heel bekwaam,
zet het telkens aan mijn lippen.
Zonder dat ik mij nog schaam
laat ik mijn ideeen slippen
samen met mijn hang naar faam
en mijn plan loopt op deklippen.
Wat ik verder nog beraam
is als kruimels voor de kippen.
Daarin vat ik dan tesaam
wat mij anders zou ontglippen
of wat ik juist aan wil stippen.
's Avonds zit ik aan het raam
van een glas cognac te nippen.
Ik hanteer het heel bekwaam,
zet het telkens aan mijn lippen.
Zonder dat ik mij nog schaam
laat ik mijn ideeen slippen
samen met mijn hang naar faam
en mijn plan loopt op deklippen.
Wat ik verder nog beraam
is als kruimels voor de kippen.
Ontbinding.
Ik blijf zoeken naar een bron
waarvanuit dit zijn begon.
Door mijn geest waait steeds een wind
die geen laatste gronden vindt.
Dan houd ik er soms mee op
en zet mijn gedachten stop,
kom te voorschijn met een naam
als de oorzaak van bestaan.
Daaraan houd ik mij dan vast
maar dat wordt mij weer tot last
en die leg ik dan te weken
tot die langzaamaan ontbindt,
laat de dingen voor zich spreken
los van wat ik ervan vind.
waarvanuit dit zijn begon.
Door mijn geest waait steeds een wind
die geen laatste gronden vindt.
Dan houd ik er soms mee op
en zet mijn gedachten stop,
kom te voorschijn met een naam
als de oorzaak van bestaan.
Daaraan houd ik mij dan vast
maar dat wordt mij weer tot last
en die leg ik dan te weken
tot die langzaamaan ontbindt,
laat de dingen voor zich spreken
los van wat ik ervan vind.
Abonneren op:
Posts (Atom)